Loading...
X

De sociale tirannie

ieder1Als het woord ‘socialisme’ niet al bestond, had ik het wel bedacht. Niet om een politieke ideologie aan te duiden, maar om de nadruk op het verplichte sociale in onze samenleving een naam te geven. Alles moet sociaal zijn, tot aan de meest solitaire beroepen toe. Dikke pech voor de mensen die daar niet zo goed in zijn. 

En ineens werd postbode een sociaal beroep. We schrijven begin jaren ’00. Ik was zaterdagpostbode om bij te verdienen naast mijn studie. Soms, met name vlak na mijn afstuderen, werkte ik in de week. Mijn zaterdagcollega’s waren medestudenten. Wij waren traag en maakten veel fouten, maar -zo zei onze teamleider- met ons kon je nog een beetje ‘op niveau praten’.  Doordeweekse postbodes waren snel en maakten vrijwel geen fout. Ze waren laagopgeleide Utrechtse rouwdouwers en geboren einzelgängers. Geen onaardige kerels, gewoon einzelgängers. En dat al hun leven lang, in het geval van sommigen betekende dat al meer dan 50 jaar. Iedere dag hetzelfde wijkje, iedere dag sorteren, inladen en lopen. Contact bestond vooral uit veel naar elkaar schreeuwen tijdens het sorteren, elkaar afbluffen en over FC Utrecht praten. Maar echt samenwerken gebeurde op geen enkele manier.

Tot er opeens in teams gewerkt moest worden. Het was rond die tijd dat ik afzwaaide en aan het  ‘echte’ beroepsleven begon, maar ik kreeg het begin nog mee. Het idee kwam ongetwijfeld van een of andere managementgoeroe, die alles over persoonlijke effectiviteit en productief leiderschap wist. De postbodes moesten nu in teams gaan werken, in groepjes sorteren en de post gaan rondbrengen met ieder hun eigen taken. Want dat was sociaal. En sociaal is beter, want met zijn allen kom je tot meer en komen ieders unieke kwaliteiten tot hun volste recht en zo.

Echte samenwerking bleek volstrekt onmogelijk tussen de Utrechtse eenlingen van de post, toen TPG geheten, meen ik. Ze waren het niet gewend en te oud om het te leren. Of misschien hadden ze het simpelweg nooit in zich gehad om te leren samenwerken. Eenling ben je namelijk voor het leven. Mijn collega’s waren slachtoffer van de tijdgeest, waarin het sociale een doel op zich werd. Het is de feminisering van de samenleving, waarin vrouwelijke waarden als samenwerken, intuïtie en empathie domineren en van ieder verwacht worden. Ben je niet sociaal, dan wordt je het maar. Alles is maakbaar.

De Utrechtse rouwdouwers raakten van het ene conflict in de andere. Ik kwam ze later nog weleens tegen. Als buschauffeur, pakketbezorger, schoonmaker. Met slaande ruzie vertrokken, maanden overspannen thuis gezeten en uiteindelijk maar weggegaan. Op de vlucht naar een ander solitair beroep. Totdat ze ook daar weer in teams moeten gaan werken.

Ikzelf ben nu voldoende sociaal. Dat is eigenlijk onvoldoende, want voor het meeste werk moet je geen ‘voldoende’, maar ‘uitstekende’ sociale vaardigheden hebben. Ik doe het nog goed, vind ik, want het is weleens anders geweest. Als kind en student had ik veel moeite met het vinden van aansluiting bij leeftijdgenoten. Ik leek de sociale codes moeilijk te snappen, miste eigenlijk de juiste antenne om mezelf helemaal goed op de ander af te stemmen. Ik praatte te veel, of nog veel vaker: te weinig. Ontmoetingen met mensen omzetten in daadwerkelijk duurzame relaties leek een bijna onmogelijke opgave voor mij en ik snap niet hoe anderen dat voor elkaar kregen.

Ik voelde ook dat ik hierdoor anders was dan de rest en dat er een druk was om sociaal te zijn. Dus ging ik een sociale studie doen, nl psychologie. Want daardoor ‘genas’ ik misschien. Ik liep zowel in studie als nevenactiviteiten vast in de communicatie met mensen. Het was te traag, te weinig flexibel, te weinig afgestemd op de ander en te introvert.

Afstuderen lukte best. Het was met vlag en wimpel voor de theorie, maar met de hakken over de sloot voor de praktische onderdelen. Ik was gewoon niet sociaal genoeg. Toch ging ik door met werken in de sociale hoek, als begeleider van gehandicapten, tot op de dag van vandaag. Het lukt best aardig, maar het voelt….ik weet het niet. ‘Niet natuurlijk’ is misschien de beste omschrijving. Ik speel een rol. Eigenlijk ben ik niet sociaal, ook al heb ik in de loop van de jaren wel geleerd om me socialer op te stellen. Onvriendelijk ben ik niet, ongezellig evenmin. Een slechte, niet invoelende vader zal ik absoluut niet zijn. Ik beheers de basis van de omgang met mensen nu. Maar in de kern van mij huist nog altijd een solitair type, die zich het meest zichzelf voelt wanneer hij alleen is.

Mijn droom is eigenlijk te schrijven voor mijn geld. Sociale  beroepen wil ik achter mij laten omdat ik die eigenlijk heb gekozen vanuit de overtuiging dat ik ‘ziek’ was en moest genezen. Het was de gedachte dat sociaal zijn beter is dan niet sociaal zijn. Voor mij is het nu klaar. Ik heb mijn sociale dienstplicht vervuld. Nu ga ik voor de dingen waar ik echt goed in ben, waarin ik mezelf kan zijn.

Er lijkt anno 2017 een hele sociale industrie te zijn ontstaan. Geen netwerkborrel zonder coaches die mensen ‘tot elkaar willen brengen’. In de flexwerkersopvang van Seats2meet rolt het ‘sociaal kapitaal’. Maar de einzelgänger lijkt niet meer mee te tellen.  Dat mensen verschillende persoonlijkheden hebben, heeft evolutionair een functie. Men vult elkaar aan, heet het. Maar tegenwoordig willen we één en dezelfde persoonlijkheid,  de sociale persoonlijkheid.

Iedere tijdgeest is fijn voor degenen die haar gecreëerd hebben. Want dat zijn degenen die aan haar eisen kunnen voldoen. Voor hen die niet kunnen voldoen, ontaarden tijdsgeesten in een ervaring van tirannie, licht of zwaar. Wie niet als sociaal mens geboren is, heeft het vandaag de dag moeilijk. Een leven lang een rol moeten spelen is namelijk niet vol te houden. Voor niemand,

Twitter

Leave Your Observation

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>